BN/DeStem van vrijdag 13 augustus 2010
'Ik ben een echte Bredanaar geworden.'
Ik heb het liefst un broodje kès en un bakske koffie. Frits Lisapally, een Molukker uit de Schoklandstraat toont zich in de documentaire de vlotste prater. Hij waardeert zijn Nederlandse stadgenoten als 'gemoedelijke mensen' en hij voelt zich 'altijd trots op Breda'. In 1967 kwam hij als jong kind met zijn in 1951 gerepatrieerde ouders in de gemengde wijk De Driesprong wonen. Frits maakte veel Hollandse vrienden en vriendinnen. Maar na zestien jaar in het opvangkamp Vught moest ie eerst een jaartje omschakelen. "Het comfort van het nieuwe huis was prettig, maar ik had heel goede herinneringen aan het kamp." Voor de jonge Lisapally was het leven daar 'met veertien mensen in één barak één groot feest' geweest. "Wij vermaakten ons opperbest buiten, als kind genoot je er heel veel vrijheid."
Dat heeft voor zijn ouders toch even anders gelegen. Zijn vader was sergeant in het KNIL (Kon. Ned. Indische Leger) geweest. Hij had voorzien dat het in de jonge Republiek Indonesia 'helemaal verkeerd ging' en wilde niet op Ambon blijven. Maar in 1950 werd het KNIL ontbonden en zijn militairen ontslagen. "Dat konden de mannen niet accepteren", vertelt Frits. Anderhalf jaar bleven de ex-KNIL'ers in het kamp hun gedisciplineerde soldatenleven leiden. Ze droegen hun van alle distinctieve ontdane uniform, begonnen de dag met appèl. Voerden 's ochtends en 's avonds de vlagceremonie uit. Maar hun uitkeringen stopten; ze moesten gaan werken. "Nou ja, kersenplukker of bewaker worden. De mensen vertikten het. Mijn vader ging varen."
|