Door Joyce Beckker op 29 december 2009
Vandaag heb ik vernomen dat Johnny Latumaerissa (geboren in 1949) in de kerstnacht is overleden en vandaag is begraven. Hij is een van de mensen die ik geportretteerd heb voor het boek ‘Oom en tante zijn geïntegreerd’. Dat bewuste interview op een warme zomerse middag staat in mijn geheugen gegrift als heel bijzonder. Ik leerde een bevlogen man kennen die een groot deel van zijn leven heeft gevochten voor zijn idealen met als belangrijkste 'wapens': rust, overzicht en diplomatie.
Hij vertelde me hoe hij op zijn veertiende zijn vader, die toen de Bredase voorzitter was van de Molukse ordedienst KPK, overal volgde. “We gingen bijvoorbeeld ook als bewaker van president Manusama mee en hielden de orde bij demonstraties in Amsterdam, Rotterdam en vooral Den Haag.” Zijn eerste grote confrontatie speelde zich eind jaren zestig af tijdens een demonstratie langs het Haagse Vredespaleis. “We wilden aandacht voor onze mensenrechten”, vertelde hij. “Onze ouders hebben voor Nederland gevochten in Indonesië. Zij hebben met gevaar voor eigen leven foto’s van de Koninklijke familie onder hun matrassen verstopt.”
Tijdens het interview liet Johnny de meeste Molukse acties in Nederland de revue passeren. Zo vertelde hij dat tijdens de treinkaping bij De Punt in mei 1977 de KPK niet mocht afreizen naar de plek des onheil omdat ‘er anders te veel Molukkers zouden arriveren’. Op 10 september 1993 is hij gekozen tot voorzitter van de landelijke ordedienst die dan inmiddels is omgedoopt tot Parang Salawaku. “Doordat ik jarenlang met mijn vader heb meegelopen, wist ik al heel veel. Bijvoorbeeld dat ik constant met mensen moest blijven praten, waaronder met de ME Operationele Zaken. Ik beschikte ook over rust en overzicht en kon tevens delegeren.”
Zijn inzet voor de Molukse gemeenschap leidde tevens tot het voorzitterschap van Dewan Maluku Breda, de Bredase Molukse wijkraad. Hij werkte eraan mee dat voor de Driesprong (als enige wijk in Nederland) een convenant is opgesteld, getekend door de drie kerken, de wijkraad en de burgemeester. Dit convenant bepaalt tot de dag van vandaag dat de Molukse cultuur behouden blijft. Zo geldt bijvoorbeeld het Rumah Tua (ouderlijk huis) dat inhoudt dat wanneer iemand van de eerste generatie overlijdt, het huurhuis wordt toegekend aan de directe familie.
Sinds 2002 heeft Johnny zijn vizier gericht op de toekomst van de Molukkers in Indonesië. Zo heeft hij met werkgroep Maluku overleg gevoerd met de toenmalige Minister van Ontwikkelingshulp, Agnes van Ardenne. In 2006 vertrok hij voor het eerst naar de Molukken om te zien waar hulp nodig was. Dit heeft onder meer geleid tot de realisatie van een dokterspost in de dorpen Paperu en Ullath. Het was ook nog zijn streven iets te doen aan de milieuproblematiek en om een middelbare en hogeschool te laten bouwen zodat de jongeren niet meer naar Jakarta hoeven te reizen. “Er valt daar nog heel veel te doen”, resumeerde hij.
Aan het einde van het interview vertelde hij te kampen met medische problemen. Zijn kinderen maanden hem daarom tot rust en wilden dat hij aan zichzelf dacht. Dat vond hij moeilijk. “Als ik eenmaal bezig ben met iets en ik geloof ergens in, blijf ik ervoor vechten. Zo geloof ik echt dat we ooit terug gaan naar het land van herkomst. Mijn droom nu is om iets te kunnen betekenen voor de mensen daar.” Tot slot zei hij: “De Molukse identiteit moet blijven bestaan. Of dat gebeurt, ligt helemaal aan onszelf. Het is afhankelijk van hoe wij onze kinderen opvoeden. Zij mogen weten waar de eerste generatie vandaan is gekomen.”
Net zoals iedereen mag weten wie Johnny Latumaerissa is geweest….